Molenliefhebbers

Mole ‘t Lam is maalvaardig voor het malen van graan en pellen van gerst.
De molen is een stellingmolen; een achtkante houten bovenkruier; een monnik-korenmolen. De kap en romp zijn gedekt met riet. De kap draait over een kruiwerk met 16 neuten. Het staartwerk is van hout met kruihaspel. De onderbouw is gemetseld. De stalen roeden zijn 20 meter lang en oudhollands opgehekt. De vlaamse vang (rem) is voorzien van een stut en een vangstok met duim.
De molen heeft 2 koppels maalstenen; één koppel 16der natuurstenen en een koppel 16der kunststenen. Het sleepluiwerk is gemaakt van het vroegere kammenluiwerk. Het asrad (bovenwiel) heeft 53 kammen en de bovenbonkelaar 26. Het spoorwiel heeft 91 kammen, het rondsel natuurstenen 28 staven en het rondsel kunststenen 30 staven. De overbreng-verhoudingen zijn:
• wieken-kruis-natuursteen 1: 6,6
• wieken-kruis-kunststeen 1: 6,2.
De wiekenas drijft de koningsspil aan via de bonkelaar. De koningsspil is een verticale as in het midden van de molen. Onderaan de koningsspil zit het spoorwiel, die op zijn beurt de steenspillen kan aandrijven. Een steenspil is een verticale as, die met een maalsteen (loper) verbonden is. Deze maalsteen draait over de onderliggende, vaste maalsteen (legger). De koningsspil zorgt ook voor de aandrijving van het luiwerk, een takel om de zakken graan omhoog te hijsen.

Kort filmpje